ECLI:NL:RVS:2018:664
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering zorgtoeslag en kindgebonden budget bij partnerregistratie in BRP
De zaak betreft het hoger beroep van appellante tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam die de terugvordering van zorgtoeslag en kindgebonden budget voor 2015 door de Belastingdienst/Toeslagen bevestigde.
Appellante was met haar ex-partner getrouwd en zij zijn gescheiden van tafel en bed. De ex-partner huurde vanaf augustus 2014 een deel van haar woning en stond op hetzelfde adres ingeschreven in de basisregistratie personen (BRP). De Belastingdienst stelde op grond daarvan en het feit dat zij samen vijf kinderen hebben, vast dat zij toeslagpartners waren, waardoor het gezamenlijke toetsingsinkomen leidde tot nihil vaststelling van de toeslagen en terugvordering van teveel ontvangen voorschotten.
Appellante betoogde dat haar ex-partner een zelfstandige woonruimte bewoonde en daarom geen toeslagpartner kon zijn, en dat de Belastingdienst haar op de website en telefonisch anders had geïnformeerd. De Raad van State oordeelde dat de wettelijke definitie van partner in de Awir bepalend is en dat inschrijving op hetzelfde adres in de BRP en het hebben van kinderen voldoende zijn voor het partnerschap. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen concrete toezegging was gedaan en de informatie op de website betrekking had op huurtoeslag, niet op zorgtoeslag of kindgebonden budget.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Rotterdam.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van zorgtoeslag en kindgebonden budget wordt bevestigd.