ECLI:NL:RVS:2021:1965
Raad van State
- Hoger beroep
- B.J. van Ettekoven
- R.J.J.M. Pans
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing omgevingsvergunning bij beschermd dorpsgezicht Westeremden
Het college van burgemeester en wethouders van Eemsdelta verleende op 17 oktober 2018 een omgevingsvergunning aan appellant sub 1 voor het bouwen van een bijgebouw op een perceel te Westeremden, gelegen binnen een beschermd dorpsgezicht. Appellant sub 2 maakte bezwaar tegen de vergunning vanwege bezwaren over ligging en omvang van het bijgebouw en het ontbreken van nadere eisen door het college.
De rechtbank Noord-Nederland oordeelde op 22 juni 2020 dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom het geen nadere eisen stelde op grond van artikel 7.3 van de planregels bij het bestemmingsplan "Cultureel Erfgoed gemeente Loppersum" en vernietigde het besluit van 6 mei 2019. Zowel appellant sub 1, het college als appellant sub 2 gingen in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en oordeelt dat het college niet heeft voldaan aan zijn motiveringsplicht omtrent de nadere eisen en de cultuurhistorische waarden. Tevens vernietigt de Afdeling het besluit van 24 november 2020 waarin het college opnieuw het bezwaar ongegrond verklaarde, omdat het college het Holstein-advies niet zorgvuldig heeft betrokken. Het college wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Proceskosten worden aan appellant sub 2 toegekend, en het griffierecht wordt vergoed. De Afdeling bepaalt dat tegen het nieuwe besluit alleen beroep bij haar kan worden ingesteld.
Uitkomst: De Afdeling vernietigt het besluit van 24 november 2020 en beveelt het college een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.