ECLI:NL:RVS:2021:1962
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vermindering invordering dwangsom wegens gedeeltelijke nakoming en meetfout
Het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer legde [appellant A] drie lasten onder dwangsom op, waaronder het verwijderen of verlagen van een hekwerk tot maximaal 1 meter. Hoewel aan de eerste twee lasten was voldaan, werd de derde last niet tijdig nagekomen omdat het hekwerk niet tot de vereiste hoogte was verlaagd. Het college besloot tot invordering van een dwangsom van €1.500. [Appellant A] en [appellant B] maakten bezwaar en stelden dat zij grotendeels aan de last hadden voldaan en dat de overschrijding van de hoogte verwaarloosbaar was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak dat het college in redelijkheid niet het volledige bedrag van €1.500 had mogen invorderen. De overschrijding van de hoogte was het gevolg van een meetfout, waarbij werd gemeten vanaf de weg in plaats van het grind onder het hekwerk. Nadat het college dit constateerde, werd het hekwerk alsnog verlaagd tot de juiste hoogte. Gezien de gedeeltelijke nakoming en de omstandigheden acht de Afdeling het redelijk om het invorderingsbedrag te verlagen naar €750.
De Afdeling vernietigt het besluit van het college voor zover het de hoogte van het bedrag betreft en stelt het in te vorderen bedrag vast op €750. Tevens wordt het betaalde griffierecht van €443 aan appellanten vergoed. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het in te vorderen bedrag van de dwangsom wordt verlaagd van €1.500 naar €750 wegens gedeeltelijke nakoming en een meetfout.