ECLI:NL:RVS:2021:1947
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- J.J. van Eck
- H.J.M. Baldinger
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid aanvraag verblijfsvergunning asiel na zorgvuldige motivering
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde bij besluit van 11 september 2019 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel niet-ontvankelijk. De rechtbank Den Haag verklaarde het daarop ingestelde beroep ongegrond. De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank een onjuiste toetsingsmaatstaf had gehanteerd door te stellen dat verklaringen van derden alleen niet tot nieuwe elementen kunnen leiden omdat de staatssecretaris de vreemdeling niet geloofwaardig achtte. De juiste maatstaf is of de staatssecretaris zijn standpunt zorgvuldig en deugdelijk heeft gemotiveerd.
De staatssecretaris had in het besluit en het voornemen conform de werkinstructie 2018/10 gemotiveerd dat de verklaringen van derden geen nieuwe inzichten boden en niet relevant waren voor de gestelde bekering van de vreemdeling. Dit oordeel werd door de Raad van State bevestigd, evenals de uitspraak van de rechtbank. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de staatssecretaris hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.