ECLI:NL:RVS:2021:1924
Raad van State
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek beperkte kennisneming vertrouwelijke stukken Stint-onderzoek
De minister van Infrastructuur en Waterstaat heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland en daarbij verzocht om beperkte kennisneming van vertrouwelijke stukken over het Stint-onderzoek, waaronder aanvragen, testrapporten, onderzoeksverslagen en gesprekken met de fabrikant.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft getoetst of het verzoek tot beperkte kennisneming gerechtvaardigd is op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Hierbij is een belangenafweging gemaakt tussen het belang van partijen om over relevante informatie te beschikken en het belang van bescherming van persoonlijke levenssfeer, bedrijfsvertrouwelijkheid en het lopende politieonderzoek.
De Afdeling oordeelt dat het verzoek tot beperkte kennisneming van persoonsgegevens van ambtenaren, externe onderzoekers, politiefunctionarissen, melders en bedrijfsgevoelige informatie in de stukken 1 tot en met 12 en op een usb-stick gerechtvaardigd is. Wel wijst zij het verzoek af voor de namen van de aanvragers in de aanvraag van 28 juli 2011, de functie van de contactpersoon in het besluit van 14 november 2011 en de voertuignummers in het TNO-rapport van 12 december 2018.
De minister wordt verzocht binnen veertien dagen geschoonde versies van genoemde documenten toe te sturen waarin deze gegevens niet onleesbaar zijn gemaakt. De Afdeling zal de ongeschoonde stukken niet terugsturen aan de minister.
Uitkomst: Verzoek tot beperkte kennisneming wordt grotendeels toegewezen, met enkele uitzonderingen.