ECLI:NL:RVS:2021:1900
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen aanwijzing locaties voor ondergrondse restafvalcontainers in Den Helder
Het college van burgemeester en wethouders van Den Helder heeft bij besluiten van 11 september 2020 twee locaties aangewezen voor de plaatsing van ondergrondse restafvalcontainers (ORAC’s). Appellanten, wonend in de directe nabijheid, maakten bezwaar tegen deze locaties vanwege vermeend verlies van parkeergelegenheid, geur- en geluidshinder, en mogelijke waardevermindering van woningen.
De Raad van State oordeelt dat het beroep ontvankelijk is, ondanks dat sommige appellanten geen zienswijze hadden ingediend, vanwege toepassing van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure. Procedurele klachten over het ontbreken van een nieuwe inspraakmogelijkheid na wijziging van de locaties en het ontbreken van een bezwaarschriftencommissie worden verworpen, omdat de wet dit niet vereist.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt dat het college beleidsruimte heeft bij de locatiekeuze en dat de aangewezen locaties geschikt zijn. Het college heeft de belangen zorgvuldig afgewogen en aannemelijk gemaakt dat er geen parkeergelegenheid verloren gaat en dat zwerfafval wordt beheerst. Ook is onvoldoende gebleken dat alternatieve locaties zodanig geschikter zijn dat het college niet redelijk heeft gehandeld.
De Afdeling verklaart het beroep ongegrond en wijst de vorderingen af, waarbij het college geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanwijzing van de locaties voor ondergrondse restafvalcontainers wordt ongegrond verklaard.