ECLI:NL:RVS:2021:1876
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in hoger beroep verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 11 november 2020 niet-ontvankelijk werd verklaard. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die het beroep op 23 juli 2021 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening beoordeeld en geoordeeld dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die de vreemdeling heeft gemaakt voor professionele rechtsbijstand, tot een bedrag van € 748,00.
De uitspraak werd gedaan op 24 augustus 2021 door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos, waarbij de griffier mr. M. van Wezep aanwezig was. De voorzieningenrechter was verhinderd de uitspraak te ondertekenen, hetgeen door de griffier werd gedaan. De voorlopige voorziening is gebaseerd op het toepasselijke recht zoals neergelegd in artikel 8:81 en Pro 8:83 van de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.