ECLI:NL:RVS:2021:1825
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-ontvankelijkheid verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering risico terugkeer Griekenland
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde bij besluit van 11 december 2020 de asielaanvraag van de vreemdeling niet-ontvankelijk. De rechtbank Den Haag bevestigde dit bij uitspraak van 31 maart 2021. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Het geschil betrof de vraag of de vreemdeling bij terugkeer naar Griekenland een reëel risico loopt op een situatie in strijd met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 EU Pro-Handvest. De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom dit risico niet bestaat, mede gelet op recente uitspraken van 28 juli 2021.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het bestreden besluit, en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van € 2.244,00. De overige aangevoerde grieven behoefden geen bespreking.
Uitkomst: Het besluit tot niet-ontvankelijkheid van de asielaanvraag is vernietigd en de staatssecretaris is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.