ECLI:NL:RVS:2021:178
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen overdracht vreemdeling en toekenning opvang
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 5 augustus 2019 niet in behandeling werd genomen. Tegen dit besluit stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 19 november 2020 het beroep ongegrond verklaarde. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om een voorlopige voorziening gegrond was en bepaalde dat de vreemdeling niet mocht worden overgedragen zolang het hoger beroep nog niet was beslist. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die de vreemdeling had gemaakt, specifiek voor beroepsmatige rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan op 27 januari 2021 door voorzieningenrechter B. Meijer, waarbij de griffier A.M. van Meurs-Heuvel aanwezig was. De voorzieningenrechter was verhinderd de uitspraak te ondertekenen. De voorlopige voorziening beschermt de vreemdeling tegen overdracht en waarborgt zijn recht op opvang en verstrekkingen gedurende de procedure.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden overgedragen zolang het hoger beroep loopt en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.