ECLI:NL:RVS:2021:1776
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten niet-ontvankelijkheid asielaanvragen statushouders Griekenland
Bij besluiten van 9 juli 2020 verklaarde de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid asielaanvragen van statushouders niet-ontvankelijk. De vreemdelingen, mede voor hun minderjarige kinderen, stelden beroep in bij de rechtbank Den Haag, die deze beroepen ongegrond verklaarde op 2 december 2020. De vreemdelingen gingen hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Het hoger beroep betrof de vraag of statushouders bij terugkeer naar Griekenland een reëel risico lopen op schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 EU Pro-Handvest. De Raad van State verwees naar eerdere uitspraken van 28 juli 2021, waarin werd geoordeeld dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom dit risico niet aanwezig zou zijn. Hierdoor slaagden de grieven van de vreemdelingen.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en de besluiten van de staatssecretaris van 9 juli 2020. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 2.992,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: De besluiten van de staatssecretaris worden vernietigd en het hoger beroep wordt gegrond verklaard.