ECLI:NL:RVS:2021:1757
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen ontheffing Wet natuurbescherming windpark Goyerbrug
Windpark Goyerbrug B.V. vroeg en kreeg ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming voor het oprichten en in werking hebben van vier windturbines nabij Houten. Appellant, wonend op circa 283 meter van de dichtstbijzijnde turbine, maakte bezwaar tegen deze ontheffing, stellende dat hij wel belanghebbende is vanwege mogelijke ruimtelijke uitstraling van de handeling.
Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat appellant geen belanghebbende zou zijn. De rechtbank bevestigde dit oordeel, stellende dat de ruimtelijke uitstraling van het doden en verwonden van vogels en vleermuizen door de turbines beperkt is en niet het woon- en leefklimaat van appellant raakt.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overweegt dat de handeling waarvoor ontheffing is verleend (het doden/verwonden van vogels en vleermuizen) een beperkte ruimtelijke uitstraling heeft. De afstand tussen appellant en de turbines is te groot om van een aantasting van zijn woon- en leefomgeving te spreken. Ook de kans dat aanvaringsslachtoffers in zijn tuin terechtkomen is zeer gering. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.