ECLI:NL:RVS:2021:1713
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake bewaring vreemdeling en overdracht aan Malta
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling uit Soedan op 28 mei 2021 in bewaring met het oog op overdracht aan Malta, dat verantwoordelijk is voor de asielaanvraag. De rechtbank Den Haag had op 8 juni 2021 het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard en de bewaring opgeheven, mede vanwege een verzoek van de vreemdeling aan het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) om een interim measure.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat een verzoek aan het EHRM tot het treffen van een interim measure geen automatische schorsende werking heeft. Ten tijde van de zitting was nog sprake van een concreet aanknopingspunt dat overdracht aan Malta binnen een redelijke termijn mogelijk was.
De Raad van State vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep gegrond. Het beroep van de vreemdeling werd alsnog ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De bewaring van de vreemdeling wordt gehandhaafd en het beroep wordt ongegrond verklaard.