ECLI:NL:RVS:2021:1554
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schadevergoeding wegens onrechtmatig besluit ongeldigverklaring rijbewijs door CBR
Appellant werd op 5 december 2016 aangehouden voor rijden onder invloed, waarna het CBR hem verplichtte een Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer (EMA) te volgen. Door vermeende niet-nakoming van een betalingsregeling verklaarde het CBR op 28 september 2017 het rijbewijs ongeldig. Appellant maakte geen bezwaar, maar later bleek dat hij de betalingen wel had voldaan en het besluit werd herroepen.
Appellant vorderde vervolgens een schadevergoeding van ruim €14.000 wegens onrechtmatig handelen van het CBR. De rechtbank oordeelde dat het besluit onrechtmatig was, maar wees de inkomensschade af omdat appellant geen bezwaar had gemaakt en daardoor zelf aan de situatie had bijgedragen. Alleen een forfaitaire vergoeding van €1.002 aan advocaatkosten werd toegewezen.
In hoger beroep stelde appellant dat hij door telefonisch contact met het CBR mocht aannemen dat bezwaar niet nodig was. De Raad van State verwierp dit, omdat de meeste telefoongesprekken na de bezwaartermijn plaatsvonden en de notities geen toezegging van het CBR bevatten. Hierdoor kon appellant de schade voorkomen door tijdig bezwaar te maken.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de uitspraak van de rechtbank, verbetert de motivering door toepassing van artikel 6:101 BW Pro en verklaart het hoger beroep ongegrond. Het CBR hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd; appellant draagt zelf de schade wegens het niet tijdig maken van bezwaar.