ECLI:NL:RVS:2021:1536
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding uitkeringskosten na termijnoverschrijding bezwaar Participatiefonds
Stichting Baasis verzocht het Participatiefonds om vergoeding van uitkeringskosten voortvloeiend uit het beëindigde dienstverband van een voormalig werknemer. Dit verzoek werd op 26 april 2018 afgewezen omdat niet aan alle voorwaarden was voldaan. Stichting Baasis diende haar bezwaar niet tijdig in, waarna het Participatiefonds dit bezwaar op 16 april 2020 niet-ontvankelijk verklaarde.
Stichting Baasis betoogde dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege langdurige ziekte van de verantwoordelijke medewerker en dat het Participatiefonds onterecht geen toepassing gaf aan de hardheidsclausule uit het Reglement Participatiefonds. De Raad van State oordeelde dat het niet tijdig indienen van het bezwaar niet verschoonbaar was, omdat het de verantwoordelijkheid van Stichting Baasis is om ook bij ziekte van een medewerker tijdig bezwaar te maken.
Verder concludeerde de Raad dat het Participatiefonds terecht geen toepassing gaf aan de hardheidsclausule, omdat Stichting Baasis financieel in staat werd geacht de kosten te dragen en eerdere fouten van het Participatiefonds niet tot een andere beoordeling leiden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van Stichting Baasis wordt ongegrond verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding en geen toepassing van de hardheidsclausule.