ECLI:NL:RVS:2021:1530
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar vergoeding uitkeringskosten Participatiefonds
Stichting Baasis verzocht het Participatiefonds om vergoeding van uitkeringskosten voortvloeiend uit het beëindigde dienstverband van een voormalig werknemer. Dit verzoek werd op 5 december 2018 afgewezen omdat niet aan alle voorwaarden was voldaan. Stichting Baasis maakte bezwaar, maar dit bezwaar werd op 16 april 2020 niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.
Stichting Baasis stelde dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege langdurige ziekte van de financieel administratief medewerker die verantwoordelijk was voor het indienen van het bezwaar. Ook voerde zij aan dat het Participatiefonds onterecht geen toepassing gaf aan de hardheidsclausule in het Reglement Participatiefonds, mede vanwege financiële problemen veroorzaakt door late verzoeken en onjuiste communicatie van het fonds.
De Raad van State oordeelde dat het niet tijdig indienen van het bezwaar niet verschoonbaar was omdat het de verantwoordelijkheid van Stichting Baasis is om ook bij ziekte van een medewerker tijdig bezwaar te maken. Daarnaast vond de Raad dat het Participatiefonds terecht geen toepassing gaf aan de hardheidsclausule, aangezien de financiële situatie van Stichting Baasis voldoende was en eerdere fouten van het fonds geen aanleiding gaven tot een ander oordeel.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het Participatiefonds hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van Stichting Baasis wordt ongegrond verklaard vanwege niet-tijdige indiening van het bezwaar zonder verschoonbare termijnoverschrijding.