ECLI:NL:RVS:2021:1517
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onontvankelijkheid bezwaar Participatiefonds wegens termijnoverschrijding en afwijzing toepassing hardheidsclausule
Stichting Baasis maakte bezwaar tegen het besluit van het Participatiefonds van 6 november 2017, waarin werd bepaald dat de uitkeringskosten voortvloeiend uit het beëindigde dienstverband van een voormalig werknemer niet ten laste van het fonds komen. Het bezwaar werd door het Participatiefonds op 16 april 2020 niet-ontvankelijk verklaard vanwege termijnoverschrijding. Stichting Baasis stelde dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege langdurige ziekte van een verantwoordelijke medewerker en dat het Participatiefonds onterecht geen toepassing gaf aan de hardheidsclausule in het Reglement Participatiefonds.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat Stichting Baasis verantwoordelijk is voor het tijdig indienen van het bezwaar, ook bij ziekte van een medewerker, en dat er geen uitzonderlijke omstandigheden waren die de termijnoverschrijding verschoonbaar maken. Daarnaast concludeerde de Afdeling dat het Participatiefonds op basis van financiële gegevens terecht heeft geoordeeld dat Stichting Baasis in staat is de uitkeringskosten te voldoen zonder toepassing van de hardheidsclausule. Ook andere aangevoerde omstandigheden, zoals late rappelbrieven en communicatie met DUO, rechtvaardigen geen ander oordeel.
Het beroep van Stichting Baasis werd daarom ongegrond verklaard en het Participatiefonds hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van Stichting Baasis wordt ongegrond verklaard wegens niet-tijdig ingediend bezwaar en geen toepassing van de hardheidsclausule.