ECLI:NL:RVS:2021:1404
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- G.M.H. Hoogvliet
- J.M.L. Niederer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over hybride scheiding DAEB en niet-DAEB bij woningcorporatie Lieven de Key
De zaak betreft het hoger beroep van Woonstichting Lieven de Key en de minister van Binnenlandse Zaken tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam die het besluit van de minister om de hybride scheiding tussen DAEB en niet-DAEB goed te keuren vernietigde. De rechtbank oordeelde dat voor de hybride scheiding geen wettelijke grondslag bestaat en dat huurdersorganisaties instemmingsrecht hebben.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt vast dat de hybride scheiding, bestaande uit een administratieve scheiding met een juridische splitsing (niet zijnde een juridische scheiding in de zin van artikel 50a Woningwet), wel een wettelijke grondslag kent. De minister had de goedkeuring gebaseerd op artikel 49 Woningwet Pro en andere relevante artikelen. De Afdeling volgt het standpunt van de minister en Woonstichting dat geen sprake is van een juridische scheiding maar van een administratieve scheiding met juridische splitsing.
Ten aanzien van het instemmingsrecht oordeelt de Afdeling dat huurdersorganisaties wel degelijk instemmingsrecht hebben bij een juridische splitsing, overeenkomstig artikel 53 lid 6 in Pro samenhang met artikel 53 lid 2 Woningwet Pro. De Afdeling wijst het betoog van minister en Woonstichting af dat geen instemmingsrecht zou gelden. Het ontbreken van instemming heeft gevolgen voor de motivering van het besluit, waardoor het eerdere besluit op bezwaar terecht is vernietigd.
De Afdeling verklaart de hoger beroepen ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank met verbeterde motivering. De minister dient een nieuw besluit te nemen waarbij het instemmingsrecht van huurdersorganisaties wordt betrokken. Tevens is bepaald dat tegen het nieuwe besluit slechts beroep bij de Afdeling mogelijk is. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de huurdersorganisaties.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt de vernietiging van het besluit en bepaalt dat de minister een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van het instemmingsrecht van huurdersorganisaties.