ECLI:NL:RVS:2021:139
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Sevenster
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over intrekking verblijfsvergunning en inreisverbod wegens openbare orde
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid trok de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van een Congolese vreemdeling in vanwege ernstige misdrijven en vaardigde een inreisverbod uit. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit. De staatssecretaris stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling onderzocht de toepasselijkheid van het Unierecht, met name de Gezinsherenigingsrichtlijn, en het nationale recht inzake intrekking van autonome verblijfstitels. Uit jurisprudentie van het Hof van Justitie volgt dat lidstaten voorwaarden mogen stellen, maar deze mogen niet het doel en nuttig effect van de autonome verblijfstitel ondermijnen. De staatssecretaris moet een evenredige en individuele belangenafweging maken.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte vereiste dat de persoonlijke gedragingen van de vreemdeling een actuele en ernstige bedreiging voor de samenleving moesten vormen. Het is voldoende dat de vreemdeling een zware straf heeft gekregen. De staatssecretaris had de intrekking voldoende gemotiveerd, rekening houdend met de ernst van de misdrijven en individuele omstandigheden. Het hoger beroep van de staatssecretaris is gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.