ECLI:NL:RVS:2021:136
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens niet-veroordeling proceskosten bij vreemdelingenbewaring
De vreemdeling werd op 22 november 2020 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van belang, omdat de bewaring op 23 november 2020 was opgeheven en de staatssecretaris op 27 november 2020 een volledige schadevergoeding en proceskostenvergoeding had aangeboden.
De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen de beslissing van de rechtbank, stellende dat de rechtbank ten onrechte geen proceskostenveroordeling had uitgesproken voor het verschijnen ter zitting. De Raad van State overwoog dat de rechtbank de staatssecretaris had moeten veroordelen tot vergoeding van de proceskosten, aangezien het noodzakelijk was dat de gemachtigde van de vreemdeling ter zitting verscheen.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het deel van de uitspraak waarin de proceskostenveroordeling werd afgewezen en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten ter hoogte van €1.068,00, toe te rekenen aan beroepsmatige rechtsbijstand.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten voor het verschijnen ter zitting van €1.068,00.