ECLI:NL:RVS:2021:1359
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- J.J. van Eck
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing van asielafwijzing wegens onvoldoende beoordeling risico's terugkeer
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 30 maart 2020 de asielaanvraag van de vreemdeling af. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond voor zover de staatssecretaris niet ambtshalve had beoordeeld of de minderjarige kinderen van de vreemdeling in aanmerking komen voor verblijf op reguliere gronden, en vernietigde het besluit op dat punt.
De vreemdeling ging in hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte haar oordeel beperkte tot de politieke activiteiten van de vreemdeling in Nederland en onvoldoende heeft onderzocht welke risico’s de vreemdeling loopt bij voortzetting van die activiteiten in Ethiopië. De vreemdeling had recente landeninformatie overgelegd waaruit blijkt dat de bevolkingsgroep van de Oromo nog steeds risico’s loopt vanwege politieke uitingen en etnische achtergrond.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank in zijn geheel en verwees de zaak terug voor herbeoordeling, waarbij het oordeel van de Afdeling in acht moet worden genomen. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor herbeoordeling.