ECLI:NL:RVS:2021:1213
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- N. Verheij
- B.J. Schueler
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing tegemoetkoming planschade Enkhuizen
De zaak betreft het hoger beroep van meerdere appellanten tegen het college van burgemeester en wethouders van Enkhuizen inzake de afwijzing van hun verzoek om tegemoetkoming in planschade. Het geschil draait om waardevermindering van hun agrarische percelen door het bestemmingsplan "Gommerwijk West-west" dat een woonbestemming geeft aan hun gronden.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft eerdere besluiten van het college vernietigd wegens gebrekkige motivering, met name over de waardebepaling van het perceel onder het nieuwe bestemmingsplan en de toepassing van overgangsrecht. Een deskundige (SAOZ) had de waarde van het perceel onder het nieuwe plan hoger getaxeerd dan onder het oude plan, waardoor geen planologisch nadeel werd vastgesteld.
De appellanten voerden aan dat de taxaties onjuist waren, onder meer omdat het bouwverbod en de waardering van het overgangsrecht niet correct waren meegenomen. De Afdeling volgde deels de deskundige De Bont die een lagere waarde voor het uit te werken woonbestemmingsgedeelte taxeerde, en oordeelde dat het college ten onrechte op het SAOZ-advies mocht afgaan voor dat deel.
Uiteindelijk bevestigde de Afdeling het besluit van 24 maart 2020 dat het verzoek om tegemoetkoming in planschade afwijst, omdat het perceel onder het nieuwe bestemmingsplan een hogere waarde heeft dan onder het oude. Wel werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn van ruim twee jaar.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 24 maart 2020 wordt ongegrond verklaard; het college handhaaft de afwijzing van de tegemoetkoming in planschade.