ECLI:NL:RVS:2021:1199
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- N. Verheij
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek nadeelcompensatie voor wateroverlast op agrarische percelen
Appellante exploiteert een varkensfokkerij en leed schade door wateroverlast na zware regenval in mei 2012 op haar agrarische percelen langs de Oeffeltse Raam. Zij verzocht het waterschap Aa en Maas om nadeelcompensatie op grond van artikel 7:14 van Pro de Waterwet, stellende dat achterstallig onderhoud en onvoldoende afvoercapaciteit de oorzaak waren.
Het dagelijks bestuur van het waterschap wees het verzoek af, gesteund door een advies van de Stichting Advisering Onroerende Zaken (SAOZ) en een expertiserapport waarin werd geconcludeerd dat het waterschap zorgvuldig had gehandeld conform beleid. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat het maaibeleid in het najaar leidde tot langere waterstand op haar percelen en daarmee tot schade. De Raad van State oordeelde dat de schade niet voortvloeit uit de rechtmatige uitoefening van beheerstaken en dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het beleid nadelig was gewijzigd of dat er causaal verband bestond tussen het beleid en de schade.
De Raad van State bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om nadeelcompensatie wegens wateroverlast is afgewezen omdat de schade niet voortvloeit uit rechtmatige uitoefening van beheerstaken.