ECLI:NL:RVS:2021:1193
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielprocedure
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 1 april 2021 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 10 mei 2021 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft op 8 juni 2021 besloten dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Daarnaast is bepaald dat de vreemdeling recht heeft op opvang en verstrekkingen gedurende deze periode. De staatssecretaris is veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €534,00, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Deze voorlopige voorziening is getroffen op grond van artikel 8:81 en Pro 8:83 van de Algemene wet bestuursrecht, waarmee wordt voorkomen dat de vreemdeling wordt uitgezet voordat het hoger beroep is afgerond. Hiermee wordt de rechtspositie van de vreemdeling beschermd tijdens de procedure.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.