ECLI:NL:RVS:2021:1171
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- B.P.M. van Ravels
- B.J. Schueler
- Rechtspraak.nl
Toekenning tegemoetkoming planschade wegens bouwbeperkingen op perceel in Eerbeek
Appellant is eigenaar van een perceel in Eerbeek waarop bouwbeperkingen zijn ontstaan door een nieuw bestemmingsplan, waardoor de mogelijkheid om twee woningen te bouwen is beperkt. Hij verzocht het college van burgemeester en wethouders van Brummen om een tegemoetkoming in de door hem geleden planschade, welke aanvankelijk werd afgewezen. Na bezwaar en een uitspraak van de rechtbank werd het besluit herzien, maar het college gaf onvoldoende zekerheid over de compensatie, met name omdat de compensatie in natura afhankelijk was van onzekere toekomstige gebeurtenissen.
De rechtbank oordeelde dat het college onvoldoende had onderzocht of het oostelijke deel van het perceel in waarde was gedaald en dat de compensatie voor het zuidwestelijke deel onvoldoende was gegarandeerd. Het college stelde een nieuw besluit op, maar ook dit voldeed niet aan de eisen van rechtszekerheid. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat het college geen onvoorwaardelijke toezegging had gedaan voor compensatie in geld indien compensatie in natura niet mogelijk bleek.
De Afdeling vernietigde het besluit van 3 maart 2020 en stelde zelf de tegemoetkoming in planschade vast op €365.500, vermeerderd met wettelijke rente. Tevens verklaarde zij het hoger beroep van appellant niet-ontvankelijk en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten. Hiermee is appellant verzekerd van een geldelijke compensatie voor de door hem geleden planschade.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard en de tegemoetkoming in planschade wordt vastgesteld op €365.500 met wettelijke rente.