ECLI:NL:RVS:2021:1162
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vermindering bestuurlijke boete wegens onttrekking woning aan bewoning door toeristische verhuur
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde op 9 november 2018 aan appellanten een bestuurlijke boete van €20.500 op wegens het onttrekken van hun woning aan de bestemming tot bewoning door toeristische verhuur via Airbnb. Dit was vastgesteld na een bezoek van toezichthouders die vier toeristen aantroffen in de woning, terwijl niemand in de basisregistratie personen op het adres was ingeschreven.
Appellanten voerden aan dat zij voldeden aan de voorwaarden voor vakantieverhuur zoals opgenomen in de Huisvestingsverordening Amsterdam 2016, en dat appellant B haar hoofdverblijf in de woning had ondanks de inschrijvingsproblemen in de basisregistratie personen. Tevens betoogden zij dat de boete te hoog was gezien hun financiële situatie en de goede trouw.
De Raad van State bevestigt dat de woning door toeristische verhuur niet beschikbaar was voor duurzame bewoning en dat daarmee artikel 21 van Pro de Huisvestingswet 2014 is overtreden. Echter, de Afdeling acht de boete te hoog en wijst op bijzondere omstandigheden, zoals het niet-bedrijfsmatige karakter van de verhuur, de inschrijvingsproblemen van appellant B, en het feit dat het maximum aantal verhuurdagen niet was overschreden.
De boete wordt daarom met 25% gematigd tot €15.375. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het eerdere besluit vernietigd en de boete vastgesteld op dit lagere bedrag. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellanten.
Uitkomst: De boete wegens onttrekking woning aan bewoning wordt gematigd tot €15.375 en het eerdere besluit vernietigd.