ECLI:NL:RVS:2021:1105
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing toevoeging rechtsbijstand voor beroepsmatig schrijverschap
Appellant verzocht om een toevoeging voor gesubsidieerde rechtsbijstand in hoger beroep tegen de afwijzing van zijn verzoek om Google Inc. te bevelen bepaalde beschuldigingen van plagiaat en academische fraude te verwijderen uit zoekresultaten. De raad voor rechtsbijstand wees de aanvraag af omdat het rechtsbelang voortvloeit uit de uitoefening van een zelfstandig beroep als schrijver, waarvoor geen toevoeging wordt verleend.
De rechtbank bevestigde deze afwijzing en oordeelde dat appellant zich als professioneel schrijver presenteert, ongeacht het feit dat hij geen inkomsten uit zijn schrijverschap heeft genoten. De uitzonderingen in artikel 12, tweede lid, aanhef en onder e, van de Wet op de rechtsbijstand (Wrb) zijn niet van toepassing.
In hoger beroep betoogde appellant dat schrijven een hobby is en dat hij recht heeft op rechtsbijstand omdat hij geen inkomsten heeft genoten. De Raad van State oordeelt dat het beroepsmatig schrijverschap terecht als zelfstandig beroep is aangemerkt en dat de uitzonderingen niet van toepassing zijn. Ook het eerdere verlenen van een toevoeging in eerste aanleg leidt niet tot een recht op toevoeging in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van de toevoeging rechtsbijstand bevestigd.