ECLI:NL:RVS:2020:993
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beslissing over niet tijdig nemen van besluit handhaving granulietstorting in Over de Maas
De gemeente West Maas en Waal verzocht de minister van Infrastructuur en Waterstaat om bestuurlijke handhavingsmaatregelen te treffen wegens vermoedelijke overtredingen bij het storten van granuliet in het natuurgebied Over de Maas. De gemeente uitte zorgen over mogelijke gezondheidsrisico's door acrylamide in het granuliet en stelde dat het storten niet voldoet aan wettelijke voorschriften.
De minister nam niet binnen de door de gemeente gestelde termijn van zeven dagen een besluit, waarop de gemeente beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De voorzieningenrechter oordeelde dat de gemeente, inclusief raad en college, belanghebbende is bij het verzoek en dat de Afdeling bevoegd is om kennis te nemen van het geschil.
De voorzieningenrechter stelde vast dat de spoedeisendheid van de situatie een termijn van zeven dagen rechtvaardigt en dat het uitblijven van een besluit een met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit vormt. De minister werd opgedragen binnen een gestelde termijn alsnog een besluit te nemen en een dwangsom werd opgelegd voor het geval van overschrijding. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen.
Daarnaast werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan de gemeente. De uitspraak benadrukt het belang van tijdige besluitvorming bij milieukwesties met mogelijke volksgezondheidsrisico's.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen de gestelde termijn een besluit te nemen op het verzoek om handhaving.