ECLI:NL:RVS:2020:933
Raad van State
- Hoger beroep
- W.D.M. van Diepenbeek
- H.C.P. Venema
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor visvlonders en parkeerplaatsen in Steenwijkerdiep
Het college van burgemeester en wethouders van Steenwijkerland verleende een omgevingsvergunning voor het bouwen van 50 houten visvlonders en het aanleggen van 50 parkeerplaatsen in het Steenwijkerdiep. Omwonenden en bedrijven stelden beroep in tegen deze vergunning vanwege vermeende strijd met de beheersverordening, overlast en onvoldoende ruimtelijke onderbouwing.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigde deze uitspraak. De Afdeling oordeelde dat het project niet viel onder categorieën waarvoor een verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad vereist is. Het bouwen van de visvlonders was in strijd met de beheersverordening, maar het college mocht op grond van de Wabo hiervan afwijken.
De Afdeling vond dat het gebruik van de visvlonders voor sportvissen, ook in wedstrijdverband, past binnen de bestemming "Water" en het recreatief medegebruik. De aanleg van parkeerplaatsen was in overeenstemming met de bestemming "Verkeer" en de waterkerende functies werden niet in gevaar gebracht, mede doordat een watervergunning was verleend. De ruimtelijke onderbouwing was toereikend en het welstandsadvies zorgvuldig. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vergunning voor visvlonders en parkeerplaatsen blijft in stand.