ECLI:NL:RVS:2020:870
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- G.T.J.M. Jurgens
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Vaststelling nadeelcompensatie na planschade en uitvoeringswerkzaamheden in Maastricht
Appellante, eigenaar van een woning te Maastricht, vorderde tegemoetkoming in planschade en nadeelcompensatie vanwege de aanleg van een ontsluitingsweg met viaduct nabij haar woning. Het college kende een tegemoetkoming in planschade toe, maar wees het verzoek om nadeelcompensatie af. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college een beslissing moest nemen over het verzoek om nadeelcompensatie en vernietigde het besluit van het college voor zover daarin geen beslissing was genomen. Het college werd opgedragen alsnog een besluit te nemen.
Na een advies van de Stichting Adviesbureau Onroerende Zaken (SAOZ) kende het college een nadeelcompensatie van €6.450,00 toe. Appellante betwistte dit bedrag vanwege emotionele en permanente nadelige gevolgen, maar de Afdeling oordeelde dat deze nadelige gevolgen niet voortvloeien uit de tijdelijke omgevingsvergunningen en bevestigde het toegekende bedrag.
De Afdeling veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten en wees het hoger beroep van appellante verder af.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de toegekende nadeelcompensatie van €6.450,00 en wijst het hoger beroep van appellante verder af.