ECLI:NL:RVS:2020:762
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning uitbreiding mestverwerking te Asten
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant verleende op 11 december 2019 een omgevingsvergunning aan belanghebbende voor het uitbreiden van mestverwerking tot 80.000 ton per jaar en het bouwen van een silo op een perceel te Asten. Verzoekers, waaronder Stichting Mens, Dier & Peel, stelden beroep in en vroegen om een voorlopige voorziening om gebruik van de vergunning te voorkomen.
De voorzieningenrechter overwoog dat het college de aanvraag had moeten toetsen aan de op dat moment geldende Interim Omgevingsverordening (IOV) in plaats van de Verordening Ruimte 2014, zoals het college deed. De IOV trad in werking vóór het besluit, en artikel 9.8 van de IOV rechtvaardigt geen uitzondering. Verder bleek dat de uitbreiding mogelijk in strijd is met diverse bepalingen van de IOV, zoals het bouwperceel niet groter dan 1,5 hectare mag zijn, mest niet via pijpleidingen wordt aangevoerd, en de locatie deels in een 'Beperkingen Veehouderij' gebied ligt.
De voorzieningenrechter constateerde ook dat het college onvoldoende had gemotiveerd dat aan de voorwaarden van de Verordening Ruimte 2014 was voldaan, omdat belangrijke documenten niet aan verzoekers waren verstrekt. Gezien deze onzekerheden over de rechtmatigheid van de besluiten, besloot de voorzieningenrechter de vergunningen voorlopig te schorsen en het college te veroordelen tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Deze voorlopige voorziening is niet bindend voor de bodemprocedure, waarin de rechtmatigheid van de vergunningen definitief zal worden beoordeeld.
Uitkomst: De besluiten tot omgevingsvergunning voor uitbreiding mestverwerking zijn voorlopig geschorst vanwege twijfel over de rechtmatigheid.