ECLI:NL:RVS:2018:3885
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- N. Verheij
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging omgevingsvergunning mestverwerking wegens strijd met Verordening Ruimte 2014
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant verleende meerdere omgevingsvergunningen aan appellante sub 1 voor uitbreiding van mestverwerking, bouw van silo's en erfverharding op een perceel te Asten. Omwonenden en een stichting maakten bezwaar en stelden beroep in tegen deze besluiten. De rechtbank vernietigde de besluiten wegens strijd met de Verordening Ruimte 2014 en gaf het college gelegenheid de gebreken te herstellen.
Het college nam daarop nieuwe besluiten, maar deze voldeden nog steeds niet aan de vereisten van de Verordening Ruimte 2014, met name vanwege een bouwperceel groter dan 1,5 hectare en onvoldoende onderbouwing van de blijvende noodzaak voor mestverwerking. Ook was het onduidelijk of het mestoverschot uitsluitend uit Noord-Brabant afkomstig was. Daarnaast was twijfel over het geurreductierendement van de luchtwasser.
De Raad van State verklaarde het incidenteel hoger beroep van de stichting niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding, maar verklaarde de incidentele beroepen van appellanten sub 2 en 3 gegrond. De besluiten van 24 en 25 juli 2018 werden vernietigd en het college werd opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd bepaald dat tegen het nieuwe besluit alleen beroep bij de Afdeling kan worden ingesteld. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellanten sub 2 en 3.
Uitkomst: De omgevingsvergunningen voor uitbreiding mestverwerking en bouwactiviteiten zijn vernietigd en het college moet een nieuw besluit nemen.