ECLI:NL:RVS:2020:724
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning uitweg ondanks verkeersveiligheidsbedenking
Het college van burgemeester en wethouders van Wijdemeren verleende aan belanghebbende een omgevingsvergunning voor het maken van een uitweg op zijn perceel te Loosdrecht, gelegen naast het bedrijfsperceel van appellante. Appellante maakte bezwaar tegen deze vergunning vanwege verkeersveiligheidszorgen. De rechtbank vernietigde het besluit op bezwaar voor zover het twee voorwaarden betrof die niet afdwingbaar waren, maar oordeelde dat het college zich redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat de uitweg geen verkeersonveilige situatie oplevert.
In hoger beroep betwistte appellante dit oordeel en verwees naar verkeersadviezen die een gebrek aan vrij zicht signaleren. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de voorwaarden gesteld door de politie, waaronder minimale afstand van de nieuwbouw tot de erfgrens en maximale hoogte van erfafscheidingen, worden nageleefd. Tevens zijn er maatregelen getroffen zoals markeringen en een verkeersspiegel. De bezwaren tegen deze maatregelen werden onvoldoende onderbouwd geacht.
De Afdeling concludeerde dat het college terecht heeft geoordeeld dat de vergunningverlening niet in strijd is met artikel 2:12 van Pro de APV en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Het betoog dat voor het gebruik van de uitweg een aanvullende vergunning vereist zou zijn, werd buiten beschouwing gelaten omdat dit niet eerder was ingebracht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de vergunningverlening voor de uitweg en wijst het hoger beroep af.