ECLI:NL:RVS:2020:674
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- B.P.M. van Ravels
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot wissen persoonsgegevens dochter bij Belastingdienst
De zaak betreft een verzoek van appellant namens zijn minderjarige dochter om de Belastingdienst/Toeslagen te verplichten tot het wissen van persoonsgegevens die de Sociale Verzekeringsbank (SVB) op 19 januari 2016 aan de Belastingdienst/Toeslagen verstrekte. De SVB had dit verzoek afgewezen en ook het bezwaar werd ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State overweegt dat de SVB de gegevens eenmalig heeft verstrekt en dat de Belastingdienst/Toeslagen vanaf dat moment verwerkingsverantwoordelijke is. De SVB heeft geen zeggenschap over het bewaren of wissen van deze gegevens door de Belastingdienst/Toeslagen. De vraag of SVB en Belastingdienst gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken zijn, hoeft niet te worden beantwoord omdat dit voor de beslissing niet relevant is.
Ook het betoog dat de gegevensverstrekking onrechtmatig zou zijn en dat de SVB de gegevens moet wissen, wordt niet gevolgd omdat deze kwesties buiten het bereik van het verzoek vallen. De Raad van State verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.