ECLI:NL:RVS:2020:657
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schorsing rijbewijs wegens vermoeden geestelijke ongeschiktheid
Het CBR heeft op 21 september 2018 het rijbewijs van appellant geschorst en een onderzoek naar zijn geschiktheid voor het besturen van een auto opgelegd, naar aanleiding van een mededeling van de politie over vermoedens van geestelijke ongeschiktheid. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het CBR en later door de rechtbank Amsterdam werd afgewezen.
Appellant stelde in hoger beroep dat hij onterecht werd beschuldigd, dat het politiedossier vervalst was en dat het onderzoek niet betrouwbaar was. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het vermoeden van ongeschiktheid voldoende was om het onderzoek op te leggen en dat het CBR terecht kon afgaan op het mutatierapport van de politie, waarin een arts bevestigde dat appellant al jarenlang ziek was. Het verzoek om het politiedossier op te vragen werd afgewezen omdat de relevante feiten al voldoende waren onderbouwd.
De Afdeling vond geen schending van het recht op een eerlijk proces en wees ook het beroep af tegen het besluit tot ongeldigverklaring van het rijbewijs wegens het niet verschijnen op het onderzoek. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De schorsing van het rijbewijs van appellant wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.