ECLI:NL:RVS:2020:634
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening tegen uitzettingshandelingen afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid
De vreemdeling heeft bij besluit van 26 februari 2019 een aanvraag gedaan voor een document dat rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan aantoont, welke door de staatssecretaris is afgewezen. Na een ongegrond verklaard bezwaar en beroep bij de rechtbank, is hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdeling verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen die de Dienst Terugkeer en Vertrek verbiedt tot uitzettingshandelingen over te gaan, het in bewaring genomen paspoort terug te geven en schadevergoeding voor de vordering om in persoon te verschijnen. Eerder was reeds een voorlopige voorziening getroffen die uitzetting tot beslissing in hoger beroep verbiedt.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het nieuwe verzoek geen nieuwe strekking heeft en dat overige verzoeken geen betrekking hebben op de hoofdzaak, maar op bevoegdheden waarvoor een aparte rechtsgang bestaat. Daarom wordt het verzoek niet-ontvankelijk verklaard en hoeft de staatssecretaris geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard.