ECLI:NL:RVS:2020:630
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- E. Steendijk
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel na hoger beroep
De staatssecretaris heeft op 5 november 2019 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 19 december 2019 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
In het hoger beroep werden meerdere grieven aangevoerd, waarvan de meeste niet tot vernietiging van het vonnis van de rechtbank leiden. Eén grief betrof een vermeende onjuiste weergave door de rechtbank van een standpunt van de vreemdeling over haar afkeer van de islam, maar deze klacht werd verworpen omdat deze geen materieel voordeel oplevert voor de vreemdeling.
De Raad van State bevestigt daarmee de uitspraak van de rechtbank, met een verbetering van de motivering. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toerekenbaar zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning asiel en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.