ECLI:NL:RVS:2020:508
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- R. Uylenburg
- F.C.M.A. Michiels
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplan Landelijk gebied Bronckhorst wegens strijd met omgevingsverordening en Wet natuurbescherming
De raad van de gemeente Bronckhorst stelde op 17 mei 2017 het bestemmingsplan "Landelijk gebied Bronckhorst" vast, dat onder meer regels bevat voor bouwhoogtes, afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden in agrarische bestemmingen. De Gelderse Natuur en Milieufederatie (GNMF) en Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten (VBN) stelden beroep in tegen dit plan, met name gericht op de bouwhoogte van 12 meter voor stallen en de afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de bouwhoogte van 12 meter gerechtvaardigd is, mede vanwege dierenwelzijn en economische belangen. Wel is geoordeeld dat het gebruik van het woord "evenredig" in de toepassingsvoorwaarden van afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden in strijd is met artikel 2.7.4.2 van de Omgevingsverordening Gelderland, omdat dit minder bescherming biedt dan vereist. Daarnaast ontbreekt in de bestemming "Agrarisch" een toepassingsvoorwaarde die aantasting van kernwaarden van Nationaal Landschap De Graafschap voorkomt, wat onvoldoende is gemotiveerd.
Verder is het bestemmingsplan op onderdelen in strijd met de Wet natuurbescherming, met name door verwijzing naar het PAS en onvoldoende passende beoordeling van stikstofdepositie. De Afdeling vernietigt daarom de betreffende planonderdelen en draagt de raad op binnen 16 weken een nieuw besluit te nemen, waarbij de vernietigde onderdelen worden aangepast. De griffierechten worden aan GNMF en VBN vergoed.
Uitkomst: Het bestemmingsplan Landelijk gebied Bronckhorst wordt gedeeltelijk vernietigd wegens strijd met de Omgevingsverordening en Wet natuurbescherming, met opdracht aan de raad om een nieuw plan vast te stellen.