ECLI:NL:RVS:2020:438
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering huurtoeslag 2015 ondanks betwisting inkomen appellant
Appellant ontving in 2015 voorschotten huurtoeslag, maar de Belastingdienst stelde het recht op huurtoeslag definitief vast op nihil vanwege een gezamenlijk toetsingsinkomen dat hoger was dan het norminkomen voor een meerpersoonshuishouden. Appellant betwistte dit en stelde dat een deel van zijn inkomen als bijzonder inkomen buiten beschouwing had moeten blijven, verwijzend naar een terugvordering van het UWV. Hij deed ook een beroep op de hardheidsclausule.
De rechtbank oordeelde dat het toetsingsinkomen moet worden gebaseerd op het verzamelinkomen zoals vastgesteld in de aanslag inkomstenbelasting en dat de terugvordering van het UWV niet gelijkgesteld kan worden aan een nabetaling die buiten beschouwing kan blijven. Appellant werd geadviseerd dit bij de Belastingdienst te betwisten in bezwaar en beroep tegen de aanslag inkomstenbelasting.
Daarnaast werd het bezwaar tegen de acceptgiro en de gevorderde dwangsom afgewezen omdat de acceptgiro geen besluit is in de zin van de Awb en de Belastingdienst niet in gebreke was. Appellant stelde dat hij wel verzet had gedaan tegen eerdere uitspraken, maar dit verzet was ongegrond verklaard. De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.