ECLI:NL:RVS:2020:4
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen afwijzing machtiging voorlopig verblijf
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 19 april 2018 een aanvraag van de vreemdeling om een machtiging tot voorlopig verblijf afgewezen. De vreemdeling maakte bezwaar, dat op 28 november 2018 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling op 2 april 2019 gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht aan de staatssecretaris om een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in, waarop de vreemdeling een schriftelijke uiteenzetting indiende. Bij besluit van 16 mei 2019 werd het bezwaar opnieuw ongegrond verklaard. De vreemdeling verzocht vervolgens de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft op 2 januari 2020 besloten geen voorlopige voorziening te treffen omdat de Afdeling bestuursrechtspraak op die dag op het hoger beroep van de staatssecretaris heeft beslist. Het verzoek wordt afgewezen en de staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.