ECLI:NL:RVS:2020:325
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- E. Steendijk
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing van besluit op verzoek opheffing ongewenstverklaring
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 2 februari 2018 het verzoek van de vreemdeling om opheffing van zijn ongewenstverklaring afgewezen en hiertegen bezwaar gemaakt, dat bij besluit van 21 juni 2018 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde beide besluiten en beval een nieuw besluit.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het besluit van 21 juni 2018 had vernietigd omdat tegen het besluit van 2 februari 2018 bezwaar openstond, wat volgens de Regeling rechtstreeks beroep niet uitgesloten is bij ongewenstverklaringen.
Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en het daaropvolgende besluit van 27 maart 2019 werden vernietigd. De zaak werd terugverwezen naar de rechtbank voor verdere behandeling, waarbij het oordeel van de Afdeling in acht moet worden genomen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris worden vernietigd, en de zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank.