ECLI:NL:RVS:2020:3158
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens gebrek aan actueel belang bij onderdakverlening vreemdeling
De vreemdeling maakte bezwaar tegen meerdere besluiten en feitelijke handelingen van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid en het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) over het al dan niet verlenen van onderdak in de periode december 2018 tot en met september 2019. Tegen enkele besluiten op bezwaar en het uitblijven daarvan stelde hij beroep in bij de rechtbank, die deze deels niet-ontvankelijk verklaarde en zich deels onbevoegd verklaarde.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tijdens de procedure bleek dat de vreemdeling de Europese Unie op 16 december 2019 had verlaten. De Afdeling vroeg naar het actuele belang bij het hoger beroep, waarop de gemachtigde stelde dat de vreemdeling schade had geleden die hij wilde verhalen op de Staat. De Afdeling oordeelde echter dat de vreemdeling deze schade onvoldoende had toegelicht en daarmee geen belang bij het hoger beroep kon ontlenen.
Ook het argument dat de staatssecretaris aansprakelijk gesteld zou moeten worden voor het niet nakomen van afspraken rondom het vertrek uit de EU, werd buiten het bereik van het geding geplaatst. De Afdeling verklaarde het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk en bepaalde dat de staatssecretaris en het COa geen proceskosten hoeven te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een actueel belang.