ECLI:NL:RVS:2020:3097
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terrasvergunning ondanks bezwaren eigenaar naastgelegen pand
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag verleende een terrasvergunning aan een horecabedrijf aan het Anna Paulownaplein 9 voor een zomerterras van 89,7 m2 verdeeld over vier delen. De eigenaar van het naastgelegen pand maakte bezwaar omdat een deel van het terras voor zijn pand ligt, waardoor dit minder zichtbaar en bereikbaar zou zijn voor bezoekers.
De rechtbank verklaarde het bezwaar en beroep van de eigenaar ongegrond, omdat het college geen onredelijke uitleg gaf aan de beleidsregels en de belangen van de eigenaar niet onevenredig werden geschaad. De eigenaar stelde in hoger beroep dat het terras in strijd is met de Algemene Plaatselijke Verordening en de beleidsregels, en voerde aan dat het college onvoldoende rekening had gehouden met zichtlijnen en mogelijke winkeluitstallingen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college een redelijke uitleg gaf aan de begrippen in de beleidsregels en dat het terras voor de gevel van het horecabedrijf ligt. De verminderde zichtbaarheid en bereikbaarheid van het naastgelegen pand zijn niet zodanig bezwarend dat de vergunning geweigerd had moeten worden. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagde niet vanwege verschillen in panden en situaties.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vergunning voor het terras en verklaart het hoger beroep ongegrond.