ECLI:NL:RVS:2020:2984
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering verklaring van geen bezwaar voor woningbouw op voormalige glastuinbouwlocatie in Rijsenhout
De zaak betreft een hoger beroep tegen de weigering van de minister van Infrastructuur en Waterstaat om een verklaring van geen bezwaar te verlenen voor het bouwen van twee nieuwe woningen en het herbouwen van een gesloopte woning op voormalige glastuinbouwgronden in Rijsenhout. De gronden grenzen aan bestaand stedelijk gebied, maar zijn zelf bestemd als agrarisch.
De rechtbank oordeelde dat het perceel niet binnen bestaand stedelijk gebied ligt en dat de minister de weigering voldoende heeft gemotiveerd. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt dit oordeel, hoewel zij de uitleg van het begrip 'bestaand stedelijk gebied' door de rechtbank onjuist acht. Volgens de Afdeling moet dit begrip worden uitgelegd conform het Besluit ruimtelijke ordening, waarbij planologische mogelijkheden bepalend zijn.
Desondanks ligt het perceel niet binnen bestaand stedelijk gebied, omdat de planologische bestemming agrarisch is en er geen stedenbouwkundig samenstel van bebouwing mogelijk is. Ook de argumenten van appellant en het college over de noodzaak van woningbouw en leefbaarheid wegen niet zwaarder dan het belang van het luchtvaartbeleid en de mogelijke precedentwerking.
De minister heeft in redelijkheid geoordeeld dat er geen zwaarwegende redenen zijn om af te wijken van het Luchthavenindelingsbesluit. De Afdeling ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en bevestigt het bestreden vonnis.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de minister om een verklaring van geen bezwaar te verlenen voor woningbouw op de gronden van appellant in Rijsenhout.