ECLI:NL:RVS:2020:2956
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- G.M.H. Hoogvliet
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens nieuwe omstandigheden
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 6 oktober 2017 een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf af. De vreemdeling maakte bezwaar, dat op 24 oktober 2018 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moest nemen met inachtneming van de uitspraak.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte niet had onderkend dat bij de beoordeling van een opvolgende aanvraag nieuwe omstandigheden, zoals het meerderjarig worden van een referent, betrokken moeten worden. Hierdoor werd de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
De vreemdeling stelde dat het vertrouwensbeginsel was geschonden omdat de staatssecretaris in eerdere besluiten en mededelingen had gewezen op de mogelijkheid van een nieuwe aanvraag. De Raad van State vond deze stellingen onvoldoende onderbouwd en verwierp dit beroep. Het beroep van de staatssecretaris werd gegrond verklaard, het beroep van de vreemdeling ongegrond en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard.