ECLI:NL:RVS:2020:2941
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- E. Steendijk
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering geloofwaardigheid
De vreemdeling uit Oekraïne verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 11 februari 2020 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank onvoldoende had gemotiveerd waarom de seksuele gerichtheid van de vreemdeling en de daaruit voortvloeiende problemen ongeloofwaardig zouden zijn. Daarnaast was onduidelijk of de rechtbank de geloofwaardigheid van het asielrelaas had aangenomen of in het midden had gelaten. De staatssecretaris had ook geen standpunt ingenomen over de gevolgen van een eventueel geloofwaardig asielrelaas.
Gezien de herbeoordeling van Oekraïne als veilig land van herkomst waarbij homoseksuelen bijzondere aandacht krijgen, is het van belang dat de geloofwaardigheid van de seksuele gerichtheid en de daaruit voortvloeiende problemen worden meegewogen. Het in stand laten van de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit was daarom onjuist.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het deel van de uitspraak van de rechtbank dat de rechtsgevolgen in stand liet en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €525.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover de rechtsgevolgen in stand zijn gelaten, en de staatssecretaris moet een nieuw besluit nemen.