ECLI:NL:RVS:2020:2871
Raad van State
- Hoger beroep
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving last onder dwangsom wegens illegale woningsplitsing en bouwafwijkingen in Bocholtz
Het college van burgemeester en wethouders van Simpelveld legde op 19 februari 2019 aan appellant een last onder dwangsom op wegens het met het bestemmingsplan strijdige gebruik van een verblijfsobject en het niet conform de omgevingsvergunning gebouwde bouwwerken. Appellant betwistte dit, onder meer met een beroep op het vertrouwensbeginsel en de status van mantelzorgwoning.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellant ongegrond en bevestigde de handhavingsbesluiten. Appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat de verleende omgevingsvergunning uit 2013 uitsluitend bouwactiviteiten legaliseerde en geen toestemming gaf voor woningsplitsing. Ook het toekennen van een huisnummer kon geen planologische toestemming vervangen.
Verder werd geoordeeld dat appellant onvoldoende heeft onderbouwd dat sprake is van een mantelzorgwoning die vergunningvrij is. De bouwonderdelen wijken af van de verleende vergunning en zijn niet vergunningsvrij volgens het Besluit omgevingsrecht. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die handhaving rechtvaardigen om te laten, mede gelet op het belang van het bestemmingsplan in een krimpregio.
De Afdeling bevestigde daarom het vonnis van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt het handhavingsbesluit en verklaart het hoger beroep ongegrond.