ECLI:NL:RVS:2020:2751
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing huurtoeslag 2015 wegens voordeel uit sparen en beleggen
Appellant verzocht herziening van de huurtoeslag 2015, die door de Belastingdienst/Toeslagen op nihil was vastgesteld vanwege voordeel uit sparen en beleggen van hem en zijn toeslagpartner. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de Belastingdienst de aanslag inkomstenbelasting moet volgen bij de vaststelling van het recht op huurtoeslag.
Appellant voerde aan dat het zorgkantoor eind 2014 een eenmalige betaling had gedaan waardoor zijn bankrekening tijdelijk hoger saldo vertoonde en dat hij met het belastingkantoor afspraken had gemaakt over niet te betalen bedragen. De Raad van State overwoog dat het voordeel uit sparen en beleggen moet worden vastgesteld op basis van de aanslag inkomstenbelasting en dat appellant geen bewijs had geleverd van afspraken met de Belastingdienst.
De Afdeling bestuursrechtspraak concludeerde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat appellant geen recht had op huurtoeslag over 2015 en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De aangevallen uitspraak werd bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard en uitspraak rechtbank bevestigd dat appellant geen recht heeft op huurtoeslag 2015.