ECLI:NL:RVS:2020:2725
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- C.C.W. Lange
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens termijnoverschrijding nareis moeder en zus
De zaak betreft het hoger beroep van twee vreemdelingen tegen de afwijzing van hun aanvragen om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. De staatssecretaris had de aanvragen afgewezen wegens overschrijding van de wettelijke termijn van drie maanden voor het indienen van de aanvraag.
De moeder en zus van de referent, een alleenstaande minderjarige vreemdeling die in Nederland een verblijfsvergunning asiel had gekregen, hadden hun aanvragen te laat ingediend. De staatssecretaris vond de termijnoverschrijding niet verschoonbaar. De vreemdelingen voerden aan dat zij waren afgegaan op het destijds geldende beleid en advies van Vluchtelingenwerk Nederland, waardoor het indienen van de aanvraag binnen de termijn niet zinvol was.
De Raad van State oordeelt dat het beleid van de staatssecretaris in strijd was met de Gezinsherenigingsrichtlijn, zoals bevestigd in het arrest A. en S. van het Hof van Justitie. Hierdoor was het onredelijk om de termijnoverschrijding tegen de vreemdelingen te gebruiken. De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en de bestreden besluiten en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De uitspraak betekent dat de aanvragen opnieuw moeten worden beoordeeld zonder toepassing van de termijnoverschrijding. De zaak wordt daarmee in het voordeel van de vreemdelingen beslist.
Uitkomst: De besluiten tot afwijzing van de machtigingen tot voorlopig verblijf worden vernietigd en de aanvragen moeten opnieuw worden beoordeeld.