ECLI:NL:RVS:2020:2345
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- C.C.W. Lange
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens termijnoverschrijding nareis
De zaak betreft het hoger beroep van vreemdelingen tegen de afwijzing van hun aanvragen om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor gezinshereniging. De staatssecretaris wees de aanvragen af wegens overschrijding van de wettelijke termijn van drie maanden. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, maar de Raad van State oordeelt anders.
De vreemdelingen stelden dat de termijnoverschrijding niet aan hen kan worden toegerekend omdat zij op advies van Vluchtelingenwerk Nederland handelden, dat was gebaseerd op het destijds door de staatssecretaris gevoerde beleid. Dit beleid hield in dat een aanvraag voor nareis alleen kansrijk was als de referent ten tijde van de aanvraag nog minderjarig was, wat niet het geval was. Het Hof van Justitie oordeelde echter dat dit beleid in strijd was met de Gezinsherenigingsrichtlijn.
De Raad van State volgt deze lijn en stelt dat de termijnoverschrijding objectief verschoonbaar is omdat zij het gevolg is van het onjuiste beleid van de staatssecretaris. Hierdoor kan de overschrijding niet aan de vreemdelingen worden toegerekend. De beroepen van zowel de ouders als de broers en zussen van de referent worden gegrond verklaard, de eerdere uitspraak van de rechtbank vernietigd en de besluiten van de staatssecretaris vernietigd. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de afwijzing van de mvv-aanvragen wegens verschoonbare termijnoverschrijding en verklaart de beroepen gegrond.