ECLI:NL:RVS:2020:2724
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- C.C.W. Lange
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf wegens termijnoverschrijding nareis
De vreemdelingen, ouders van een alleenstaande minderjarige vreemdeling (referent), vroegen om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. De staatssecretaris wees deze aanvragen af omdat ze niet binnen de wettelijke termijn van drie maanden waren ingediend. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. De vreemdelingen stelden dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was omdat zij zich baseerden op het destijds geldende beleid, dat in strijd bleek met de Gezinsherenigingsrichtlijn.
Het arrest van het Hof van Justitie van 12 april 2018 (arrest A. en S.) maakte duidelijk dat het beleid van de staatssecretaris onjuist was. Pas na dit arrest dienden zij de aanvragen alsnog binnen drie maanden in. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het tegenwerpen van de termijnoverschrijding onder deze omstandigheden afbreuk doet aan het nuttig effect van de nareisbepalingen.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris, verklaarde het beroep gegrond en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De verdere aangevoerde grieven behoefden geen bespreking meer.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de mvv-aanvragen wordt vernietigd.